Index | Canna | Gembersoorten | Hedychium | Aronskelkachtigen | Bananen | Palmen | Overig | Over Troposfeer
Assortiment 2007 (bijgewerkt op 7-8-2007)
Palmen (Arecaceae):
Geen exotische tuin zonder palm. Bovendien zijn palmen groenblijvend, tenzij langdurige strenge vorst de bladeren uitdroogt. Helaas wordt er nogal gerommeld, gegoocheld en gegoogled met de winterhardheid van verschillende soorten. Zoek lang genoeg op internet en bijna elke palm wordt wel ergens winterhard bevonden. Ook is het een trend om voor veel geld grote exemplaren te kopen. Voor in pot, als kuipplant dus, is dat prima, maar voor in de vollegrond sterk af te raden. Deze grote palmen hebben hun weefsels gevormd in warme landen en kunnen hier te landen totaal kapot vriezen. Alleen van Trachycarpus fortunei en T.wagnerianus kan men grote exemplaren hier laten acclimatiseren, maar van andere bekende palmen als Butia capitata en Brahea armata kan men beter kleine exemplaren aanschaffen en die vervolgens minstens een jaar, maar liever twee jaar afharden alvorens ze een plekje in de vollegrond te geven. Vervolgens dienen ze de eerste twee jaar beschermd te worden in de winter. Alleen dan hebben ze een goede kans.
Verkrijgbaarheid: diverse afmetingen gemeten vanaf potrand. Niet alle afmetingen zijn altijd op voorraad, maar worden wel steeds aangevuld:
Brahea armata (20-60cm; 20-50euro)
Deze prachtige zilvergrijze waaierpalm uit noord-west Mexico wordt, naarmate hij groter wordt, ook steeds grijzer en spectaculairder. Hij kan zeer lage temperaturen verdragen (-15 °C), maar alleen als daar een zeer warme zomer tegenover staat. In ons klimaat kunnen ze dus beter als kuipplant gehouden worden, die dan vrijwel permanent buiten kan blijven op een gunstige plek dicht bij huis. In de onverwarmde kas kunnen ze permanent verblijven, mits ze veel frisse lucht krijgen. Wil men ze in de tuin proberen, dan geve men ze na afharding een warme droge plek, liefst verhoogd en zeer goed gedraineerd, en zo veel mogelijk zon (het liefst de hele dag). Ongelooflijk mooie palm.
Brahea armata
Butia capitata
Butia capitata zou samen met Jubaea chilensis de meest winterharde vederpalm zijn. Beide zijn nauw verwant aan de bekende Kokospalm (Cocos nucifera, van de vezels en de noten) en ze komen uit Zuid-Amerika. Ik geef de voorkeur aan de Butia, omdat hij aanmerkelijk sneller groeit dan Jubaea, en veel betaalbaarder is. Toch is het ook met Butia oppassen in ons klimaat. Zet men deze palmen niet-afgehard in de vollegrond, dan kun je na een normale winter de centrale speer eruit trekken en is de plant als opgegeven te beschouwen. Koop een kleine plant (van ongeveer het formaat zoals op de foto), hardt die vervolgens minstens 1 jaar af en zet hem in het volgende voorjaar op een plek identiek aan die van Brahea armata (zie aldaar). Dan heb je een prachtige vederpalm in de tuin. Hoewel het exemplaar in mijn tuin pas twee winters heeft doorstaan doet hij het erg goed. In de vollegrond worden de nieuwe bladsperen korter en dikker, en ook de stam zal gedrongen uitgroeien. Veel robuuster dan als kuipplant. Ondanks dat behoudt de Butia zijn enorme sierlijkheid. Goed afgehard en op een relatief droge standplaats is 15 graden vorst geen probleem voor Butia
Wellicht zijn er andere Butia-soorten die nog iets winterharder zijn, omdat ze uit nog zuidelijker gebieden uit Zuid-Amerika komen. Ik hoop dit jaar te kunnen experimenteren met Butia odorata.
Butia capitata (140euro, 1,4m hoogte vanaf potrand)
Chamaerops humilis
De enige palm die van nature in Europa voorkomt. Daarnaast wordt hij ook in Noord-Afrika aangetroffen. Nogal variabele soort. Er is een opgaande vorm die wel 6m hoog kan worden, meerdere struikvormen die laag en nog lager blijven, een blauwgrijze vorm (C.h. "Cerifera", die overigens niet winterharder is dan de groene vorm), en er is een "Volcano"variant, zonder stekels aan de bladstelen, deze heeft wel wat weg van een zeer gedrongen mini-Trachycarpus.
De gewone soort is volgens mij na Trachycarpus wagnerianus, takil en fortunei de meest geschikte voor ons klimaat. Hij staat nu 4 jaar in mijn privétuin op een zonnige, maar ook winderige plek, en hij doet het erg goed. Vorig jaar is hij voor het eerst gaan bloeien.
Houdt van een droge, zonnige standplaats en kan aldaar goed tegen wind.
Chamaerops humilis, een variabele soort met smal en breder blad,met of zonder stekels aan de bladsteel, met en zonder witte waas te verkrijgen.
Chamaerops humilis "Cerifera", een variant die wel wat weg heeft van Brahea armata, vanwege de witte waas.
![]()
Chamaerops humilis "Vulcano", links een jong exemplaar, rechts in mijn eigen tuin, maart 2006.
Trachycarpus fortunei
Trachycarpus is het bekendste palmengeslacht voor de exotische tuin. De 8 soorten komen voor Noord-India, Nepal, Myanmar, Zuid-China en Noord Thailand. Ze groeien in de bergen tot op grote hoogte (3000m) en zijn afhankelijk van de soort matig tot zeer koudebestendig.
Het zijn solitaire waaierpalmen (dus niet kolonievormend zoals Chamaerops). Op een enkele soort na vormen ze slanke stammen van 3-18m hoogte, bekleed met vezels en de resten van bladstelen. De bladstelen hebben geen stekels, en dat is een duidelijk verschil met Chamaerops humilis, de dwergpalm. De bloeiwijzen ontspringen uit de basis van de kroon en zijn behoorlijk spectaculair. Zeer dicht, rijk vertakte wolken van kleine gele bloempjes aan een tot een halve meter lange centrale stengel. Bij ons is Trachycarpus fortunei gemakkelijk te krijgen. Ik heb aldaar nog geen andere soorten gezien, hoewel ik vermoed dat sommige exemplaren die ik bij tuincentra zie eigenlijk kruisingen zijn (wellicht met takil). Bij ons is T.fortunei dus het gemakkelijkst te verkrijgen. Deze soort komt van origine uit de gematigde tot subtropische berggebieden in Zuidoost-China, Taiwan en wellicht Japan (volgens sommigen komt T.fortunei van nature niet voor in Japan). Tegenwoordig overal door enthousiaste tuiniers gekweekt. Hij groeit zelfs in het Westen van Canada. Ook in Nederland zie ik ze steeds vaker opduiken. Vooral in Zuid-Limburg weet ik enkele grote exemplaren die al vele jaren in de volle grond staan en prachtig bloeien. Hoewel fortunei niet de meest koudebestendige palm is (Rhapidophyllum hystrix zou zelfs -28 °C verdragen), kan hij wel redelijk tegen wintervocht. Deze combinatie van eigenschappen maakt deze palm (tot nu toe) samen met T.wagnerianus het meest geschikt voor ons klimaat. Zelfs als in het voorjaar de centrale groeipunt beschadigd blijkt (de jongste scheuten in het midden kunnen dan met een krachtige ruk eruit getrokken worden) is de palm nog niet verloren. De eerst twee tot drie jaar na het planten verdienen palmen extra aandacht: voor Trachycarpus en in iets mindere mate ook Chamaerops geldt dat ze daarna voldoende winterhard zijn. Aangezien dit palmengeslacht in de toekomst erg interessant voor de exotische tuinier kan worden noem ik even alle soorten: T. fortunei, latisectus, martianus, nanus, oreophilus, princeps, takil, wagnerianus. Hou ze in de gaten!
In ons klimaat doen ze het goed in de volle zon. Op een zeer beschutte plaats kan Trachycarpus ook lichte- tot halfschaduw aan. Veel water in de zomer en liefst uit de wind. Indien aangeslagen kunnen ze ook tegen droogte en wind, maar dan maken ze kleinere bladeren. Hij kan enige kalk in de grond goed verdragen en zoals de meeste palmen houdt hij van grond waarin klei zit.
Trachycarpus fortunei
Trachycarpus martianus
Deze schitterende palm ziet er veel exotischer en gevoeliger uit dan T.fortunei of T.wagnerianus. Het blad is zacht tropisch lichtgroen, de waaiers zijn groot en bestaan uit zeer veel vingers die sierlijk overhangen, kortom geweldig. Deze soort is totnutoe vooral afkomstig uit Noord-oost India en Nepal. Op latere leeftijd vormt hij een lange slanke stam. Overal wordt gewaarschuwd dat deze een van de minst koudebestendige palmen zou zijn, die hooguit lichte vorst zou kunnen verdragen. Ik heb er nog geen getest, maar weet wel al dat hij in mijn onverwarmde kas -10 °C zonder enig probleem verdraagt. Het is eerder zo dat als ik in het vroege voorjaar de kas niet op tijd lucht (en dus de temperatuur te hoog laat oplopen door de zon), dat er dan bladbeschadiging optreedt. Ik ga deze mooiste Trachycarpussoort nog buiten uittesten. Ook als kuipplant zonder meer de moeite waard en zelden gezien.
Trachycarpus martianus. Deze soort ben ik buiten aan het testen. Het zou de minst winterharde Trachycarpus zijn.
Trachycarpus wagnerianus
De totale tegenhanger van T.martianus. Bladeren klein, hard en donkergroen. Dikke, vezelige stam, stijf en formeel voorkomen. Deze palm is zeer geschikt voor ons klimaat. Kan goed in halfschaduw, heeft weinig warmte nodig en is windbestendig. Winterhard. De echte soort wijkt duidelijk af van T.fortunei. Ook dit is een prachtige soort.
Trachycarpus wagnerianus
Index | Canna | Gembersoorten | Hedychium | Aronskelkachtigen | Bananen | Palmen | Overig