Inleiding
Een moeilijk te duiden techniek
Helmholtz resonantie hoeft geen overstaande
reeds.
Omhoog buigen en kapotte reeds.
Samenvatting, conclusies.
Noten
Inleiding
Ik heb gemerkt dat veel muzikanten wars zijn van een precieze verklaring
van hun bewegingen. Het gaat daar immers niet om, het gaat om wat je over
wilt brengen: een gevoel of een 'drive'.
Maar doordat ik harmonicalessen gaf en mijn lesmateriaal online zette,
merkte ik dat er geen manier is om echt te zeggen wat je nu moet doen om
deze voor de melodieën en stijlvormen zo belangrijke techniek over
te brengen. En bovendien: een juiste techniek kan de ergernis en kosten
van kapotte harmonica's besparen. Reden genoeg om toch uit te zoeken hoe
het buigen van een toon op een harmonica werkt.
Een moeilijk te duiden techniek
Zoals een gitarist zijn snaren opdrukt om een hogere toon ten gehore
te brengen, zo buigt de mondharmonica speler zijn tonen omlaag met een
speciale tongtechniek. Of met botte zuigkracht, als ze niet weten hoe de
tongtechniek werkt.(1)
Het buigen van de toon is in mysteries gehuld. Ten eerste doordat het
plaats vindt in de gesloten mond waardoor niemand kan zien wat er precies
gebeurt. Ten tweede doordat de tong niet tegen de mondharmonica wordt geplaatst,
laat staan tegen bewegende delen daarvan, zoals dat bij gitaarspel wel
gebeurd.
Een derde aspect van deze tongtechniek is dat de aansturing van de
hersenen van de tong zeer indirect is. Immers: Als je melodietje fluit,
werkt je bewustzijn geen rijtje tongposities af, maar stel je je gewoon
de toon voor die je wilt horen. De harmonica tongtechniek lijkt in zeer
hoge mate hierop, zowel fysiek als wat betreft de het bewustzijn van de
tongbewegingen. (2)
Ik was dan ook blij dat ik het artikel 'Pitch Control
in Harmonica Playing' door Robert B. Johnston online vond. Hij beweert
dat bij het buigen van tonen zowel het zuig'reed' als het blaas'reed' (ook
wel tongetje, maar dat is een verwarrend woord voor dit koperen stripje
in dit verband) meetrillen.(3)
Daarmee verklaarde hij de volgende fenomenen:
- Er lijkt een limiet te bestaan aan het buigen die ongeveer bij de
toonhoogte ligt van de toon die klinkt bij de andere ademrichting.
- Op de standaard mondharmonica laten de tonen in gaatjes 1-5 zich
buigen in de zuigrichting en in gaatjes 8-10 in de blaasrichting.
Het is inderdaad zo dat in beide gevallen de reeds in overliggende
positie lager gestemd zijn. De mondharmonica heeft een overgang zitten
bij vakje 7. Dat is het gevolg van het feit dat er een oneven aantal tonen
in een oktaaf zitten en de ontwerpers perse alle dominante noten in de
blaasrichting wilden monteren.
Robert B. Johnston heeft een en ander aangetoond door de mondholte en
tong te vervangen voor een zuiger cilinder en de blaas/zuiglucht daardoor
heen te laten lopen. Dit bootst een belangrijk aspect van de mondholte
na. Een holte van een bepaalde grote bied de mogelijkheid aan specifieke
frequenties om te resoneren. Andere frequenties, ook zeer naastgelegen,
ondervinden een hoge weerstand (impedantie) om te resoneren. Mijn theorie is,
naar Helmholtz, dat je mondholte, of zuiger in dit geval, het reed dwingt
in een bepaalde frequentie te trillen, omdat akoestisch gezien andere frequenties
bijna onmogelijk zijn. Dit natuurlijk binnen de grenzen van de fysieke
mogelijkheden van het reed.
Dit klopt met de techniek zoals ik die beleef: Je plaatst je tong in
de positie die je zou aannemen als je de gewenste noot zou fluiten en
dan plaats je de mondharmonica tegen je lippen. Lagere reeds vergen lager
gelegen tongposities oftewel, een grotere mondholte. Voor de laagste harmonica's
moet zelfs het strottehoofd zakken om de gewenste grootte te bereiken.
Een zuiger is hier een goed model voor. Tot zover zijn we het eens.
Bovendien geeft Robert B. Johnston een heldere uiteenzetting hoe
de mondholte als Helmholtz resonator de harmonicatoonhoogte beïnvloedt.
Helmholtz resonantie hoeft
geen overstaande reeds.
Maar enkele tests mijnerzijds tonen aan dat het overgelegen reed wel
is waar sympathisch meetrilt, maar zeker niet bij het buigen betrokken
is in de mate die Robert B. Johnston suggereert. Deze tests zijn de volgende:
Losse reedplates, die ik uit een mondharmonica haalde, zijn zowel door
blazen als zuigen te bespelen. Alle aspecten van de tongtechniek werken
als normaal, zij het dat het wat lastig is om de reeds niet met de lippen
te dempen. Zowel in blaas als zuigrichting werkt de tong techniek als normaal.
Zo normaal zelfs dat het patroon van makkelijk buigbare tonen (reed 1-5)
moeilijk buigbare tonen (6-8) nog bestaat, zoals het ook in nog gemonteerde
harmonica's voorkomt.
Dit toont m.i. aan dat de rol van de overliggende reed moet worden
genuanceerd.
Aangemoedigd door deze test heb ik twee mondharmonica's samengesteld
door de onderste reedplates van twee verschillend gestemde harmonica's
te verwisselen. Ik merkte geen verschil in buigtechniek!
Als het overliggende reed geen rol van grote betekenis speelt, moet
Helmholtz-resonantie van de mondholte het belangrijkste principe zijn in
dit akoestische fenomeen. Het kan best zijn dat het overliggende reed helpt,
maar het is zeker geen voorwaarde om een toon te kunnen buigen.
Wel staat vast dat het toepassen van fluittechniek op de mondharmonica
les nummer één is. Wellicht kan logopedische kennis worden
aangewend om de buigtechniek meester te worden, of zelfs te uit te breiden!
Omhoog buigen en kapotte reeds.
Graag wil ik nog drie problemen voorleggen die volgens mij verdere verklaring
verdienen, problemen waar ik wel hypotheses voor heb, maar die ik nog graag
bewezen, of interessanter nog, weerlegd wil zien.
Wat verklaart dat een reed makkelijker in een lagere frequentie trilt
dan in een hogere?
Een reed, dat een trillend koperstripje is dat aan een kant vast zit,
heeft waarschijnlijk geen buigpunt, maar een buigzone. Bij dit soort trilsystemen,
vergelijkbaar met een slinger van een mechanische klok, is de afstand van
het zwaartepunt tot het buigpunt een belangrijke verklaring voor de frequentie.
Kennelijk is het bij de buigzone die ik vermoed in het reed, makkelijker
om deze zone naar het vaste eind dan naar het losse eind te schuiven.
Ik kan me daarbij ook voorstellen, dat het gemakkelijker is om een
reed in zijn trilling steeds even tegen te houden, waardoor de frequentie
daalt, dan steeds een extra zetje te geven, waardoor hij sneller trilt.
Dit zou ook verklaren waarom zuigen met veel kracht ook de toon omlaag
buigt: het reed wordt steeds even iets langer dan normaal vastgehouden
in de luchtstroom.
Wat moet je doen om een reed omhoog te buigen?
Op losse reedplates, zonder andere harmonicadelen er omheen, lukt het
me zonder enig probleem. Ik beweeg alleen mijn gebogen, gespannen tong
een beetje naar de harmonica toe. En het lukt met zuigen iets makkelijker
(een hele noot met gemak). Het vergt veel tongcontrole en aanmerkelijk
hogere blaasspanning.
Op gemonteerde harmonica's heb ik het (nog) niet goed onder controle
(een halve noot maximaal). Volgens de minimale beschrijvingen van David
Harp (in zijn boekje 'Bending The Blues') vergt het veel kracht en is het
slecht voor de reeds. David Harp beveelt het aan om te oefenen op een oude
hoge F, maar mij lukt het veel beter bij het zuigen op vakje 1-4 van een
C.
Het werkt volgens David Harp het best op reeds 5 en 6 blazen en dit
klopt met Robert B. Johnston's theorien! Wellicht is voor deze specifieke
techniek het overliggende reed wel van belang. Ik hoop dat iemand me wat
meer technieken kan vertellen. Ik hoop vooral dat we de tongtechniek kunnen
perfectioneren, want veel kracht gebruiken is inderdaad slecht voor de
reeds.
Wat maakt dat een reed bij verkeerd of langduring gebruik blijft hangen
in een lagere frequentie?
Kennelijk word het metaal zachter en ontstaat een buigpunt dat verder
van de tip afligt dan de oorspronkelijke buig zone. Ik zal een keer een
microscoop lenen om eens te kijken of ik haarscheurtjes kan zien. (4)
Je kunt het reed omhoog stemmen door de tip van het reed iets platter
te veilen, waardoor het zwaartepunt verschuift, (5) maar het reed wordt
nooit meer de oude.
Samenvatting, conclusies.
De stelling van Robert B. Johnston dat het overliggende reed van een
mondharmonica bepalend is voor de variaties in toonhoogte van een noot,
is empirisch weerlegd, voor zover de gebruikelijke technieken (verlagen
van de toon) worden toegepast. Uitsluitend de mondholte grootte lijkt ertoe
te doen.
Bij het omhoog buigen van tonen schijnt het overliggende reed wel te
helpen. Maar nadere uitwerken van deze techniek is moet nog gebeuren.
Bij juist toepassen van tongtechniek, zodat de mondholte als Helmholtz
resonator wordt toegepast, is de druk op de reeds minder, wat goed is voor
de levensduur ervan.
Noten:
Website Robert B. Johnston: http://www.dis.unimelb.edu.au/staff/Robertj/johno1.html
Johnston,
R.B. (1987), "Pitch Control in Harmonica Playing", Acoustics Australia,
15(3): 69 - 75. in pdf formaat.
terug
(1) Mick Jagger hoort m.i. past de krachttechniek toe, te oordelen aan
het feit dat zijn mondharmonica tonen nooit terug komen naar de oorspronkelijke
toon. terug
(2) Ik verwacht dat een en ander sterk samenhangt met de spraakcentra
in de hersenen. Dit staat nog verder van de fysieke spraak: je maakt ook
hier geen bewuste bewegingen maar brengt een begrip over. Wellicht werkt
blues ook zo: je brengt een stijlvorm, of een gevoel, geen tongposities.
terug
(3) Een harmonica zoals die in de blues gebruikt wordt, bestaat uit
een pastic, houten, of metalen body met tien spleeten, waarop aan weerskanten
reedplates geschroefd zijn.Elk reedplate bevat 10 spleten waarin 10 - hopelijk
goed passende - koperen stripjes kunnen bewegen. De blaasreeds wijzen naar
achter, de zuigreeds naar voren.
Om het geheel te completiseren zijn aan weerskanten deksels van verchroomd
blik (bah) of roestvrijstaal (hmm!) gemonteerd. Aldus heeft de mondharmonica
van voren gezien 10 gaatjes, ook wel 'vakjes'. En elk gaatje bevat 2 tonen,
een klinkt bij blazen, de ander bij zuigen. Zuigen klinkt hoger (vakje 1-6) of
lager (vakje 7-10) van toon. terug
(4) Is dit een variant van metaalmoeheid, het fenomeen dat in de jaren
tachtig ineens winkelcentra en bruggen deed instorten?
terug
(5) Hoger stemmen: vijl de tip platter
Lager stemmen: vijl aan de basis (gebruik niet een te smal vijltje!)
M.i. schuif je door te vijlen het zwaartepunt op. Hoe dichter het zwaarte
punt bij de tip ligt, hoe lager de frequentie wordt.
terug
______________________________________________________
email Dave Krooshof
______________________________________________________
Alle teksten, tekeningen en geluiden op deze site zijn
van de hand van D.D. Krooshof.
Alle rechten voorbehouden. Vermeningvuldiging
en verspreiding mag uitsluitend
met toestemming.
index / home
terug
|