terug                     back
Bending Blue Notes.
Een beschouwing van het Hoe van een mondharmonica speeltechniek.
 

not yet available in english, sorry.

This is part of a Harmonica Players Webring site by Dave Krooshof

-> terug naar harmonica introductie pagina


 
Inleiding

Een moeilijk te duiden techniek

Helmholtz resonantie hoeft geen overstaande reeds.

Omhoog buigen en kapotte reeds.

Samenvatting, conclusies.

Noten


Inleiding

Ik heb gemerkt dat veel muzikanten wars zijn van een precieze verklaring van hun bewegingen. Het gaat daar immers niet om, het gaat om wat je over wilt brengen: een gevoel of een 'drive'.
Maar doordat ik harmonicalessen gaf en mijn lesmateriaal online zette, merkte ik dat er geen manier is om echt te zeggen wat je nu moet doen om deze voor de melodieën en stijlvormen zo belangrijke techniek over te brengen. En bovendien: een juiste techniek kan de ergernis en kosten van kapotte harmonica's besparen. Reden genoeg om toch uit te zoeken hoe het buigen van een toon op een harmonica werkt.
 

Een moeilijk te duiden techniek

Zoals een gitarist zijn snaren opdrukt om een hogere toon ten gehore te brengen, zo buigt de mondharmonica speler zijn tonen omlaag met een speciale tongtechniek. Of met botte zuigkracht, als ze niet weten hoe de tongtechniek werkt.(1)
Het buigen van de toon is in mysteries gehuld. Ten eerste doordat het plaats vindt in de gesloten mond waardoor niemand kan zien wat er precies gebeurt. Ten tweede doordat de tong niet tegen de mondharmonica wordt geplaatst, laat staan tegen bewegende delen daarvan, zoals dat bij gitaarspel wel gebeurd.
Een derde aspect van deze tongtechniek is dat de aansturing van de hersenen van de tong zeer indirect is. Immers: Als je melodietje fluit, werkt je bewustzijn geen rijtje tongposities af, maar stel je je gewoon de toon voor die je wilt horen. De harmonica tongtechniek lijkt in zeer hoge mate hierop, zowel fysiek als wat betreft de het bewustzijn van de tongbewegingen. (2)

Ik was dan ook blij dat ik het artikel 'Pitch Control in Harmonica Playing' door Robert B. Johnston online vond. Hij beweert dat bij het buigen van tonen zowel het zuig'reed' als het blaas'reed' (ook wel tongetje, maar dat is een verwarrend woord voor dit koperen stripje in dit verband) meetrillen.(3)
Daarmee verklaarde hij de volgende fenomenen:
- Er lijkt een limiet te bestaan aan het buigen die ongeveer bij de toonhoogte ligt van de toon die klinkt bij de andere ademrichting.
- Op de standaard mondharmonica laten de tonen in gaatjes 1-5 zich buigen in de zuigrichting en in gaatjes 8-10 in de blaasrichting.
Het is inderdaad zo dat in beide gevallen de reeds in overliggende positie lager gestemd zijn. De mondharmonica heeft een overgang zitten bij vakje 7. Dat is het gevolg van het feit dat er een oneven aantal tonen in een oktaaf zitten en de ontwerpers perse alle dominante noten in de blaasrichting wilden monteren.

Robert B. Johnston heeft een en ander aangetoond door de mondholte en tong te vervangen voor een zuiger cilinder en de blaas/zuiglucht daardoor heen te laten lopen. Dit bootst een belangrijk aspect van de mondholte na. Een holte van een bepaalde grote bied de mogelijkheid aan specifieke frequenties om te resoneren. Andere frequenties, ook zeer naastgelegen, ondervinden een hoge weerstand (impedantie) om te resoneren. Mijn theorie is, naar Helmholtz, dat je mondholte, of zuiger in dit geval, het reed dwingt in een bepaalde frequentie te trillen, omdat akoestisch gezien andere frequenties bijna onmogelijk zijn. Dit natuurlijk binnen de grenzen van de fysieke mogelijkheden van het reed.
Dit klopt met de techniek zoals ik die beleef: Je plaatst je tong in de positie die je zou aannemen als je de gewenste noot zou fluiten en dan plaats je de mondharmonica tegen je lippen. Lagere reeds vergen lager gelegen tongposities oftewel, een grotere mondholte. Voor de laagste harmonica's moet zelfs het strottehoofd zakken om de gewenste grootte te bereiken.
Een zuiger is hier een goed model voor. Tot zover zijn we het eens. Bovendien geeft Robert B. Johnston  een heldere uiteenzetting hoe de mondholte als Helmholtz resonator de harmonicatoonhoogte beïnvloedt.
 

Helmholtz resonantie hoeft geen overstaande reeds.

Maar enkele tests mijnerzijds tonen aan dat het overgelegen reed wel is waar sympathisch meetrilt, maar zeker niet bij het buigen betrokken is in de mate die Robert B. Johnston suggereert. Deze tests zijn de volgende:

Losse reedplates, die ik uit een mondharmonica haalde, zijn zowel door blazen als zuigen te bespelen. Alle aspecten van de tongtechniek werken als normaal, zij het dat het wat lastig is om de reeds niet met de lippen te dempen. Zowel in blaas als zuigrichting werkt de tong techniek als normaal. Zo normaal zelfs dat het patroon van makkelijk buigbare tonen (reed 1-5) moeilijk buigbare tonen (6-8) nog bestaat, zoals het ook in nog gemonteerde harmonica's voorkomt.
Dit toont m.i. aan dat de rol van de overliggende reed moet worden genuanceerd.
Aangemoedigd door deze test heb ik twee mondharmonica's samengesteld door de onderste reedplates van twee verschillend gestemde harmonica's te verwisselen. Ik merkte geen verschil in buigtechniek!

Als het overliggende reed geen rol van grote betekenis speelt, moet Helmholtz-resonantie van de mondholte het belangrijkste principe zijn in dit akoestische fenomeen. Het kan best zijn dat het overliggende reed helpt, maar het is zeker geen voorwaarde om een toon te kunnen buigen. 
Wel staat vast dat het toepassen van fluittechniek op de mondharmonica les nummer één is. Wellicht kan logopedische kennis worden aangewend om de buigtechniek meester te worden, of zelfs te uit te breiden! 

Omhoog buigen en kapotte reeds.

Graag wil ik nog drie problemen voorleggen die volgens mij verdere verklaring verdienen, problemen waar ik wel hypotheses voor heb, maar die ik nog graag bewezen, of interessanter nog, weerlegd wil zien.

Wat verklaart dat een reed makkelijker in een lagere frequentie trilt dan in een hogere?
Een reed, dat een trillend koperstripje is dat aan een kant vast zit, heeft waarschijnlijk geen buigpunt, maar een buigzone. Bij dit soort trilsystemen, vergelijkbaar met een slinger van een mechanische klok, is de afstand van het zwaartepunt tot het buigpunt een belangrijke verklaring voor de frequentie. Kennelijk is het bij de buigzone die ik vermoed in het reed, makkelijker om deze zone naar het vaste eind dan naar het losse eind te schuiven. 
Ik kan me daarbij ook voorstellen, dat het gemakkelijker is om een reed in zijn trilling steeds even tegen te houden, waardoor de frequentie daalt, dan steeds een extra zetje te geven, waardoor hij sneller trilt.
Dit zou ook verklaren waarom zuigen met veel kracht ook de toon omlaag buigt: het reed wordt steeds even iets langer dan normaal vastgehouden in de luchtstroom.

Wat moet je doen om een reed omhoog te buigen? 
Op losse reedplates, zonder andere harmonicadelen er omheen, lukt het me zonder enig probleem. Ik beweeg alleen mijn gebogen, gespannen tong een beetje naar de harmonica toe. En het lukt met zuigen iets makkelijker (een hele noot met gemak). Het vergt veel tongcontrole en aanmerkelijk hogere blaasspanning.
Op gemonteerde harmonica's heb ik het (nog) niet goed onder controle (een halve noot maximaal). Volgens de minimale beschrijvingen van David Harp (in zijn boekje 'Bending The Blues') vergt het veel kracht en is het slecht voor de reeds. David Harp beveelt het aan om te oefenen op een oude hoge F, maar mij lukt het veel beter bij het zuigen op vakje 1-4 van een C.
Het werkt volgens David Harp het best op reeds 5 en 6 blazen en dit klopt met Robert B. Johnston's theorien! Wellicht is voor deze specifieke techniek het overliggende reed wel van belang. Ik hoop dat iemand me wat meer technieken kan vertellen. Ik hoop vooral dat we de tongtechniek kunnen perfectioneren, want veel kracht gebruiken is inderdaad slecht voor de reeds.

Wat maakt dat een reed bij verkeerd of langduring gebruik blijft hangen in een lagere frequentie?
Kennelijk word het metaal zachter en ontstaat een buigpunt dat verder van de tip afligt dan de oorspronkelijke buig zone. Ik zal een keer een microscoop lenen om eens te kijken of ik haarscheurtjes kan zien. (4)
Je kunt het reed omhoog stemmen door de tip van het reed iets platter te veilen, waardoor het zwaartepunt verschuift, (5) maar het reed wordt nooit meer de oude. 

Samenvatting, conclusies.

De stelling van Robert B. Johnston dat het overliggende reed van een mondharmonica bepalend is voor de variaties in toonhoogte van een noot, is empirisch weerlegd, voor zover de gebruikelijke technieken (verlagen van de toon) worden toegepast. Uitsluitend de mondholte grootte lijkt ertoe te doen.
Bij het omhoog buigen van tonen schijnt het overliggende reed wel te helpen. Maar nadere uitwerken van deze techniek is moet nog gebeuren.
Bij juist toepassen van tongtechniek, zodat de mondholte als Helmholtz resonator wordt toegepast, is de druk op de reeds minder, wat goed is voor de levensduur ervan.
 
 

Noten:

Website  Robert B. Johnston: http://www.dis.unimelb.edu.au/staff/Robertj/johno1.html
Johnston, R.B. (1987), "Pitch Control in Harmonica Playing", Acoustics Australia, 15(3): 69 - 75. in pdf formaat.
terug

(1) Mick Jagger hoort m.i. past de krachttechniek toe, te oordelen aan het feit dat zijn mondharmonica tonen nooit terug komen naar de oorspronkelijke toon.    terug

(2) Ik verwacht dat een en ander sterk samenhangt met de spraakcentra in de hersenen. Dit staat nog verder van de fysieke spraak: je maakt ook hier geen bewuste bewegingen maar brengt een begrip over. Wellicht werkt blues ook zo: je brengt een stijlvorm, of een gevoel, geen tongposities.   terug

(3) Een harmonica zoals die in de blues gebruikt wordt, bestaat uit een pastic, houten, of metalen body met tien spleeten, waarop aan weerskanten reedplates geschroefd zijn.Elk reedplate bevat 10 spleten waarin 10 - hopelijk goed passende - koperen stripjes kunnen bewegen. De blaasreeds wijzen naar achter, de zuigreeds naar voren. 
Om het geheel te completiseren zijn aan weerskanten deksels van verchroomd blik (bah) of roestvrijstaal (hmm!) gemonteerd. Aldus heeft de mondharmonica van voren gezien 10 gaatjes, ook wel 'vakjes'. En elk gaatje bevat 2 tonen, een klinkt bij blazen, de ander bij zuigen. Zuigen klinkt hoger (vakje 1-6) of lager (vakje 7-10) van toon.     terug

(4) Is dit een variant van metaalmoeheid, het fenomeen dat in de jaren tachtig ineens winkelcentra en bruggen deed instorten?    terug

(5) Hoger stemmen: vijl de tip platter
Lager stemmen: vijl aan de basis (gebruik niet een te smal vijltje!)
M.i. schuif je door te vijlen het zwaartepunt op. Hoe dichter het zwaarte punt bij de tip ligt, hoe lager de frequentie wordt.   terug
 
 

______________________________________________________
email Dave Krooshof
______________________________________________________
Alle teksten, tekeningen en geluiden op deze site zijn van de hand van D.D. Krooshof.
Alle rechten voorbehouden.    Vermeningvuldiging  en  verspreiding  mag  uitsluitend
met  toestemming.                                                                                                   index / home
                                                                       terug
 

top of this page
index of this site
inhoudsopgave
weblog
www.dendriet.nl
email dave