terug
De Vierde Wand, een dilemma voor popmuzikanten
index/home
Dave Krooshof


De Mixer, de Band en de Vierde Wand


Naar aanleiding van een les van Loek Zonneveld, heb ik dit betoog over geschreven voor muzikanten, speciaal popmuzikanten. Popmuzikanten kunnen hun eigen performance onder de loep nemen door inzichten uit de theaterwereld te beschouwen.


Inleiding: Het begrip "de Vierde Wand" in het theater

Halverwege de 19e eeuw ontstond een nieuw fenomeen in de theaterwereld, die behalve nieuwe mogelijkheden ook een probleem opriep. Daarvoor was het de gewoonte om ook dialogen tussen de karakters naar het publiek toe te spelen, in plaats van die dialoog direct tussen de personages te laten plaatsvinden. Alle spraak en actie was gericht op het publiek. Totdat regisserende acteurs begonnen voor te stellen om de dialogen op de medespelers te richten. Vanaf dat moment sloten de acteurs zich meer en meer af van het publiek en werd het publiek tijdens het spel min of meer genegeerd. Tussen het publiek en de acteurs verscheen de zogenaamde Vierde Wand, waarbij het publiek door een nogal groot uitgevallen kijkgat (ter breedte en hoogte van de scene) ongezien naar binnen kon gluren. Wand 1 t/m 3 zijn daarbij de wanden van het decor c.q. de theaterruimte. Met de invoering van electrisch licht en later -geluid werd de Vierde Wand nog massiever.
Het probleem was dat dat voor de manieren van toneelspelen waanzinnig veel consequenties had. Want hoe doe je dat dan eigenlijk, spelen met een vierde wand?

Toen ons dat vandaag door Loek Zonneveld uit de doeken gedaan werd, in een cursus theatergeschiedenis die mij op mijn werk bij de Theaterschool werd voorgeschoteld, werkten mijn gedachtes in een paralel proces aan een overdenking van de implicaties hiervan voor de muziek. Ik constateerde dat muzikanten niet actief, c.q. met zoveel woorden nadenken over de Vierde Wand. Ik concludeerde dat dat feit flinke implicaties heeft voor het spel en de performance, en ook voor het publiek.


Communicatie met het publiek in de klassieke muziek traditie

In de klassieke muziek (ook in de - rare term - moderne klassieke muziek) komen weinig spontane publiekreacties voor en waar ze voorkomen heb ik vaak het gevoel dat de applauslengte meer afhangt van hoe de dirigent zich wendt tot het publiek om ons te dirigeren, dan van het enthousiasme. Klassieke muziek heeft een duidelijk format waarin er wordt omgegaan met het publiek. In dit geval treedt het dilemma dat ik hieronder beschrijf dus niet op, want de klassieke c.q. orkestmuziek heeft haar eigen manier van spelen voor publiek en de omgang met het publiek, waarbij het dilemma van de vierde wand niet optreedt.

Popconcerten

In de popmuziek, echter, bestaat er een groot probleem op dit gebied. Stel dat er een duet wordt gezongen, dan zingen beide zangers m/v duidelijk naar het publiek. Ze kijken elkaar wel aan, maar dat gebeurt dan in het typische geval half over de schouder. Er is hier dus geen sprake van de dat het publiek als een vierde wand gezien kan worden.
De band er achter is vaak veel introverter: zij spelen naar elkaar toe, en worden alleen in hun solo's verwacht naar het publiek te spelen.

De rol van de technici in popconcerten

Ondertussen zijn er nog drie belangrijke schakels in het proces: twee daarvan zijn lieden wiens apparatuur tussen de muzikanten en de waarneming van het publiek in staan.
De eerste is de geluidstechnicus in de zaal, wiens taak het is de verschillende bronnen op het podium als het ware te projecteren in de 3D klankruimte tussen de Front of House speakers (muzikanten noemen dat de PA speakers). Deze figuur zit in de zaal, en zijn(haar) waarneming is bepalend voor het klankbeeld dat het publiek voorgeschoteld krijgt.
Daarnaast zit een lichttechnicus, die er niet zit om de lampen te laten knipperen, maar eigenlijk dezelfde rol heeft als de Front of House technicus.
(Even een ultra korte samenvatting van de taak van de lichttechnicus in een popconcert volgens mijn visie: Omdat het oog op grotere afstand eigenlijk niet veel diepte meer ziet (de ogen zitten daarvoor wat dicht bij elkaar) en je de diepte vooral met perspectief inschat, maakt de lichttechnicus zo'n belichting dat er een 3D beeld ontstaat. Dit beeld past hij naar wens aan (meer en minder afstand, groter/kleiner, intiemer/afstandelijker) door lichtbronnen en kleuren te kiezen. Zo speelt deze technicus ook een (zij het in de popmuziek onderbelichte) rol in de concertbeleving.)
Er is nog een derde technicus die een zeer belangrijke rol speelt, niet direct betreffende de waarneming van concertbezoeker, doch zeer direct in de manier en de kwaliteit waarop de muzikanten elkaar, en elkaar in de relatie tot zichzelf waarnemen: De monitor mixer. Hij maakt voor de verschillende muzikanten verschillende klankbeelden op de respectievelijke monitorspeakers. Met deze persoon wordt vaak zeer slecht gecomuniceerd, terwijl hij(zij) een sleutelrol speelt in het samenspelen, en daarmee in de flow en energie van het optreden. Het is rond deze figuur dat het dilemma "speel ik naar het publiek toe, of vindt het spel tussen ons - de band - plaats, ongeacht het publiek?"

Zichtbaar onzichtbaar willen communiceren

Je moet eens zien hoe muzikanten met deze persoon praten: Driftig pseudosubtiel handgewapper zegt dat er iets harder moet. Niet gehinderd door enige kennis van geluid is de mededeling meestal dat de muzikant zelf harder wil klinken, terwijl dat vaak niet het probleem is. Misschien moet juist de gitaar zachter klinken, of moet er wat bas uit de mix, omdat die de stem maskeerde. Het gewapper betekent daarmee niet meer dan: "er is iets mis en ik baal ervan." De monitor mixer moet goed kijken en proberen in te schatten wat de driftig gebarende muzikant werkelijk dwars zit.
Die manier van communiceren levert de zanger een fundamentaal probleem in het theatrale beeld van het concert op. De monitor mixer is er namelijk zogenaamd niet. Hij(zij) is daarom niet zichtbaar. Hij zit schuin achter de muzikanten, diep in het zijtoneel. De communicatie met deze figuur zou wat de muzikanten betreft buiten de kijkspleet in de Vierde Wand moeten plaatsvinden, wat natuurlijk niet lukt. Goed uitgelicht zijn de gebaren van de kleine doch driftige gebaren prima zichtbaar. En als middelpunt van de aandacht van de show brengt de zanger(zangeres) de bijgevoegde emoties over op iedereen die kijkt.

De verhouding met het publiek

Het is duidelijk niet de bedoeling van artiest dat het publiek zijn gesteggel met de monitormixer ziet, het zou niet moeten worden opgevat als een deel van zijn spel. Maar zulke gebaren op het podium zijn natuurlijk nooit los te zien van het spel, en daar zit het probleem. Omdat de zanger de rest van de show juist naar het publiek toe speelt, ontstaat er een pijnlijke discrepantie in spelmethodes, waarbij de rol van het publiek schizofreen wordt, of, beter gezegd, een cognitieve dissonatie oplevert. Horen wij hierbij of niet? Wie zijn de muzikanten voor ons, dat wij niet voor hen bestaan? Wie is de zanger voor ons dat hij hier voor ons zingt, zelfs naar ons toe zingt? En wie zijn de technici voor ons, dat de zangers er niet open mee willen converseren?
Een concert krijgt dan iets genants. Het is ongemakkelijk omdat je je niet op twee manieren tegelijk tot de band kunt verhouden.

Twee oplossingen

Ik vind dat deze dubbele situatie moet worden opgelost. Dat kan, voor zover ik nu overzie, op twee manieren.
De eerste is die zoals R&B zanger Craig David op de Nederlandse televisie deed. Hij communiceert zeer duidelijk met zijn monitor mixer, maar op een manier die zo sterk is vervlochten met zijn optreden naar het publiek, dat het velen niet zal zijn opgevallen voor wie de geimproviseerde tekstregels precies waren bedoeld: Bij het optreden verving hij de tekst van twee coupletregels met de volgende woorden: "can I get more reverb, yeah uh uh, can I get less reverb, yeah ah, allright." De show ging door, sterker, het was deel van de show, de communicatie was helder en volledig openbaar. Of je dit detail meekreeg of niet, de rol van de persoon achter de mengtafel was duidelijk: hij is lid van het publiek, een van ons!

De andere manier is meer onze stiel. Er is bij ons geen onderscheid meer tussen de mixer en de muzikant. De mengtafel staat op het podium, of tenminste op een voor het publiek zichtbare plaats. Pal vooraan de tribune bijvoorbeeld, voor de eerste rij stoelen. Dat doen we niet alleen omdat we de mengtafel als een instrument opvatten, maar vooral omdat zo de communicatie tussen de mixer en de muzikanten weer helemaal hersteld is.
En, als wij daarvoor kiezen, kunnen we ook de communicatie tussen de mixer en het publiek openstellen, zoals je daar als muzikant ook voor kan kiezen. Zo is de mixer volwaardig lid van de band, en daarmee is ieders rol weer eenduidig.

Nu is de discussie weer open: Bent u als publiek voor ons de Vierde Wand, of bent u degene op wie wij onze communicatie richten? Juist door deze discussie helemaal te openen hoeven wij ons publiek niet te laten zweven.



 
 
 
 

______________________________________________________
email Dave Krooshof
______________________________________________________

Vermeningvuldiging  en  verspreiding  mag  uitsluitend met toestemming.


Top

terug






index/home

top of this page
index of this site
inhoudsopgave
weblog
www.dendriet.nl
email dave