Samenvatting:
In de Vrij Nederland van 5-7-2004 stond verslag van een rondgang van
de Easy Aloha's langs plekken in Nederland waar oosterse muziek wordt gespeeld
en gedraaid.
Helaas geven zij een nogal kreupele verklaring voor het feit dat de
meeste mensen oosterse muziek niet begrijpen, zelfs verafschuwen. Zij beschrijven
oosterse toonsystemen alsof het westerse zijn met een paar rare extra tonen.
De toonsystemen zijn echter zo verschillend opgebouwd dat je dat niet zo
kunt stellen. Het westerse toonsysteem is namelijk geoptimaliseerd voor
harmonische wendingen, terwijl het oosterse is geoptimaliseerd voor het
samenvallen van tonen. Wiskundig en historisch is het juist het westerse
systeem dat de afwijkt.
Het zou lood om oud ijzer zijn, ware het niet dat een aantal boude
uitspraken over kwarttonen, 53 toetsen per octaaf, "onverwachtte tonen"
en "terugkeer naar een geruststellender klank" afbreuk doen aan dit stuk
dat verder om te smullen was.
Arabische en Turkse harmonieleer, bestaat dat?
Maquams. Dat is iets dat westerse oren meestal niet horen. In de muziektaal
van de Arabische en Turkse (en Indische) muziek zijn er regels die beschrijven
hoe je een melodie kunt opbouwen om een bepaalde emotionele lading mee
te geven aan je muziek. Dat is in de westerse muziek niet zo van belang,
omdat daar vooral de harmonische samenhang telt. Westerse instrumenten
zijn geoptimaliseerd om daarin op verfijnde wijze te spelen en de luisteraar
net als de muzikant in vervoering te brengen.
Met de beschrijving van dit fenomeen, opgetekend uit de mond van Nahim
Avci, docent saz aan het conservatorium in Rotterdam, heeft dit artikel
een waarheid te pakken. Maar in de redenering hier naartoe, over toonsystemen,
slaat het duo de plank zodanig mis, dat ze komen tot volkomen foutieve
stellingen:
"Het nadeel van de veelheid aan tonen in de oosterse muziek
maakt een harmonieleer onpraktisch. Meerklanken en akkoorden gebruiken
oosterse muzikanten niet."
Hierbij maken ze een aantal elementaire redeneerfouten die ik hieronder
zal behandelen en zien ze bovendien een muzikaal aspect over het hoofd
dat misschien wel beter verklaard wat er verschilt in deze muzieksoorten.
Toonsystemen
Hieronder zal ik eerst het artikel citeren, en vervolgens laten zien
wat de achterliggende modellen zijn geweest. De onderstaande omschrijving
van het begrip kwarttonen zal bekend in de oren klinken.
"Oosterse muziek is fundamenteel anders dan westerse muziek.
In het kort komt het er op neer dat Arabische muzikanten uit twee keer
zoveel tonen kunnen kiezen als westerse muzikanten. Een Arabische piano
zou twee keer zo breed moeten zijn als een westerse piano. En naast zwarte
en witte toetsen zou er ook nog een derde soort toetsen moeten zitten voor
de kwarttonen. En die - laten we zeggen rode toetsen - klinken in de westerse
oren nogal vals. En het kan nog erger. De Turkse klassieke muziek kent
drieënvijftig tonen in een octaaf. Twaalf toetsen op een piano zouden
moeten worden vervangen door drieënvijftig toetsen, om alle mogelijke
tonen te kunnen spelen."
Toonsystemen zijn niet zo eenduidig als het lijkt. Er zijn door de eeuwen
veel verschillende toonsystemen bedacht. Er zijn daarbij drie fenomenen
van belang: Harmonische samenklank van tonen, toonladders en modulatie.
Ik zal ze achtereenvolgens behandelen en laten zien waarom de hierboven
geciteerde beschrijving kolder is.
Tonen, Toonladders, en Harmonische Modulatie
Samenklank
Twee tonen klinken harmonisch als ze in het gehoor samenvallen. Op dat
principe stem je instrumenten. Dat samenvallen kun je op verschillende
manieren waarnemen. Soms klinkt een combinatie van twee tonen wrang, of
rauw. Soms zweven de twee tonen, of lijken ze een soort geklapper, of extra
toon op te leveren. Deze waarnemingen verdwijnen zodra de tonen meer op
elkaar lijken. Als ze het zelfde zijn, is het natuurlijk oneindig harmonisch,
maar ook als de een precies 2 keer zo snel trilt als de ander, vallen ze
samen. Terwijl de ene snaar één trilling doet, maakt de andere
er twee, waardoor ze steeds tegelijk een maximale uitslag bereiken. Dat
heet een octaaf. Ook als er een samenhang van 2 staat tot 3 trillingen
is, klinken tonen erg harmonisch. Het valt samen en het klinkt prettig.
Niet rauw, niet bibberig, maar puur en rein.
Harmonie gaat dus over trillingsverhoudingen. De Oude Grieken bouwden
hun snaarinstrumenten en orgels volgens deze verhoudingen. De Pythagorese
manier van stemmen stond alleen trillingsverhoudingen van 1:2 en 2:3 toe.
Alle andere trillingsverhoudingen waren wiskundig tot deze breuken herleidbaar,
zoals: 1:1, 3:2, 4:3, 2:1, 3:1, 4:1, 6:1, 8:1, 9:1, 12:1
Een derkelijke stemming klinkt heel schoon, maar het kent twee nadelen:
Het aantal tonen is beperkt, en niet alle tonen zijn even mooi. 1:9 en
1:8 liggen bijvoorbeeld best dicht bij elkaar. Onder bepaalde melodische
omstandigheden klinkt de een mooier dan de ander.
Toonladders
Orgels uit de tijd voor Bach waren vaak in "meantone" gestemd. Dat was
een bepaalde set van tonen die zeer geschikt was voor het spelen van melodieën.
Pythagoras zou er erg tevreden over zijn geweest.
Met de uitvinding van het meantone systeem werd ook het principe van
de toonladder vastgelegd. Er waren zeven verschillende toonladders mogelijk
op het meantone orgel. Dat zijn de zogenaamde kerktoonladders waar wij
nu nog naar verwijzen. Een voor een werden tonen toegevoegd om het palet
uit te breiden, overigens zonder de regels van Pythagoras te schenden.
(het is overigens in dit toonsysteem dat de overmatige kwart daadwerkelijk
als de duivel in de muziek klinkt: wiskundig perfect, maar niet om aan
te horen omdat de trillingsverhouding toch te complex is.)
Harmonische Modulatie
Het grote nadeel van dit systeem is dat er erg weinig drieklanken mogelijk
zijn. Eigenlijk maar twee. Bovendien kon je niet zomaar van de toonladder
naar de andere toe spelen. Zodoende dat onder invloed van visionair J.
S. Bach een ander toonsysteem werd voorgesteld. Pythagoras ging overboord,
en alle toonsafstanden werden gelijkgetrokken. Was de trillingsverhouding
tussen grondtoon en een kleinde terts in het meantone systeem nog verschillend
van die van een grote secunde naar een kwint, dat werd nu hetzelfde. Het
systeem met de zwarte en witte toetsen bleef gehandhaafd, maar een bepaalde
toonsafstand klinkt over de hele piano hetzelfde.
Hiervoor is wel een consessie gedaan: Eigenlijk is een piano niet meer
zuiver. De klanken vallen niet meer samen, maar zweven een beetje. Daar
is deze manier van stemmen dan ook naar vernoemd: de gelijk zwevende stemming.
Een piano is een beetje vals, zij het redelijk binnen de grenzen van
het aangename, maar dat biedt wel uitgebreide harmonische mogelijkheden:
Je kunt namelijk van toonladder wisselen in 1 muziekstuk. Dat heet muduleren.
Een andere manier om het palet van tonen uit te breiden
Ondertussen werd in de Arabische wereld het beperkte pallet van de Pythagorese
stemming heel anders uitgebreid. Er werden hogere priemgetallen toegestaan.
Dus niet alleen 1:2 en 2:3 werden als bouwstenen toegestaan, maar ook 4:5,
5:7 en 9:11.
9:11 is de beroemde "halve mineur" van de Turkse muziek. Het
is die karakteristieke en veelgebruikte toon die de term "kwarttoon" heeft
veroorzaakt, doordat hij zo mooi tussen een kleine en grote secunde in
ligt.
Maar het is zeker niet zo dat Turken 24 tonen per octaaf gebruiken.
Binnen de tonaliteit van een muziekstuk gebruiken ze slechts een subset
van de tonen die het instrumentarium biedt. Die tonen hebben een sterke
harmonische samenhang.
Hier ligt de herkomst van het verschil in harmonie tussen oosterse en
westerse muziek. In de oosterse muziek is Pythagoras nooit overboord gegaan,
het systeem is alleen uitgebreid door andere verhoudingen ook toe te staan.
Maar het is nog steeds gebaseerd op het regelmatig samenvallen van trillingen.
De westerse muziek daarentegen, heeft het principe van samenvallen
laten vallen om ruimte te maken voor uitgebreidere harmonische wendingen.
Het is sindsdien in het westerse toonsysteem mogelijk om van de ene toonladder
naar de andere te bewegen. Bovendien is het mogelijk om vele verschillende
tonen tot akkoorden te stapelen, mits je de kleine afwijkingen voor lief
neemt.
Om binnen het idioom van het westerse toonsysteem het Turkse toonsysteem
te begrijpen, is de term kwarttoon ontstaan. Deze term kent geen enkele
wiskundige basis, behalve de constatering dat Turken tonen spelen waar
het westerse systeem niet in voorziet. De mensen die de term kwarttoon
gebruiken, hebben nooit goed gekeken naar de ordening van de fretten op
de hals van Turkse luiten.
Er is in de tweede helft van de vorige eeuw een zoektocht geweest naar
een manier om beide systemen met elkaar te verenigen. Dat zou dan een toonsysteem
dat zowel een plek bood aan de oosterse tonen, als het mogelijk maakte
om van de ene toonladder in de andere over te gaan. Er zijn meerdere experimenten
geweest, met zeer vele toetsen per octaaf. Op het Haagse Koninklijke Conservatorium
stond een orgel met 48 toetsen per octaaf (uitgezet over een "2 dimensionaal"
toetsenbord). Maar beroemder was een gelijkzwevend toonsysteem dat gebaseerd
was op een priem, en tegelijk slechts sumiere afwijkingen op de Pythagorese
stemming had. Om beide doelen te bereiken moest die priem erg hoog komen
te liggen: Het systeem had 53 tonen per octaaf. Het toetsenbord met 53
tonen per octaaf is dus een recente westerse uitvinding en geen verklaring
voor de toonsystemen in oosterse muziek!
De Easy Aloha's noemen de oosterse toonsystemen microtonaal. Maar ook
"een verfijning" van - kennelijk - het westerse systeem en begrijpen de
microtonale tonen als een afwijking op de norm. Daarbij verwarren ze de
sensatie van het "oplossen", waarbij een harmonieuze spanningsboog terugkeert
op zijn oorsprong van de grondtoon (een fenomeen dat de oosterse muziek
ook gebruikt) met de terugkeer naar tonen die tot de normale westerse set
tonen behoren:
"Het zijn de goedgeplaatste onverwachte tonen die je recht
in het hart kunnen raken.
Denk maar aan de blue note in de blues en de jazz. Denk ook maar
eens aan het soort sologitarist dat luchtgitaarspelers vaak nadoen. Als
hij snelle riedeltjes speelt kijkt hij stoer de zaal in, maar als hij de
snaren omhoog duwt en het microtonale rijk betreedt, dan zie je vervoering
op het gezicht, alsof hij moet poepen. Ry Cooder wist met zijn slide gitaar
soundtrack van "Paris, Texas" vele kijkers tot tranen toe te roeren. De
tonen tussen de tonen geven de aardsheid aan de muziek en ze beloven dat
er aanstonds wordt teruggekeerd naar een geruststellender klank."
Ik zou een en ander graag om willen keren. Als er iets microtonaal is,
is het wel de minieme afwijking van werkelijk samenvallende trillingsverhoudingen
die het mogelijk maakten het harmonische palet uit te breiden. Dit toonsysteem
staat letterlijk in alle gitaren gegrift, en deze tonen zijn vervolgens
met metalen fretten verankerd in de hals. Dat systeem werkt zolang je reeksen
van akkoorden speelt, maar zodra de nadruk op het melodische aspect komt
te liggen wil ook het westers getrainde oor terug naar de tonen die werkelijk
harmonisch zijn, die werkelijk samenvallen. Daarbij schiet de kleine terts
van het gelijkzwevende systeem te kort. In het Pythagorese liggen de kleine
tertsen hoger dan in het gelijkzwevende. In de blues, die ook de priem
5 als harmonieus bouwblok toestaat, is zelfs een nog hogere terts mogelijk.
De gitarist drukt zijn snaar op om die toon te raken. Daar ontstaat
het moment dat de harmonie ineens werkelijk samenvalt, trilling, na trilling,
na trilling. En dat is iets dat ieder mens wat doet. Daar overstijgt de
muziek zichzelf.
En een dergelijke bijzondere gelegenheid raakt je pas echt als je daar
zorgvuldig naar toe opbouwt met een mooie melodie, en de bereikte sensatie
vervolgens terug plaatst in zijn harmonisch context. Hoe dat moet is de
kunst van de muziek. Dit pad vind je door inspiratie, of door een muze.
En jarenlang training.
In zuiver intonatie van een samenklank en in het begrip van een zorgvuldig
opgebouwde melodie zie ik meer overeenkomsten dan verschillen met de oosterse
muziek. Westerse vezels kunnen niet ongevoelig zijn voor de Maquams van
de Arabieren.
Ik zie grotere verschillen op een heel ander vlak, zoals ik hieronder
zal betogen.
Ritme
De Easy Aloha's zijn in een ander aspect ook zeer westers: Ze beschrijven
de verschillen in termen van melodie en harmonie. Ze vergeten de ritmiek.
Dat is een fout die in de renaissance eerder is gemaakt: In die tijd hebben
monniken veel kennis over muziek vergaard doordat de Arabieren in Spanje
(dat die daar zaten kun je heel goed aan de flamenco horen) de drie Griekse
standaardwerken over muziek voor hen naar het latijn vertaalden. Daarbij
waren er twee zaken die de goedkeuring van de kerk niet kregen, namelijk:
Kennis over muziek opdoen van de Arabieren lag politiek niet goed, dus
werd er gesuggereerd dat de kennis rechtstreeks van de Grieken kwam. Maar
bovendien was de kerk bezig geweest een verschil te maken tussen kerkgezang
en de veel te wulpse ritmische volksmuziek. De uitgebreide Arabische kennis
over ritmes en ritmische figuren werd dus verworpen. En dat is waarschijnlijk
nog een grotere stap in het leren begrijpen van de oosterse muziektaal.
Want die taal is werkelijk veel verder uitgewerkt dan de christelijke wereld.
Tegen het einde van het stuk schrijven ze:
"Europese grotestadsjongeren van alle windstreken vinden
elkaar in de urban-muziek. Het is een mix van Raï, Reggae, Turkpop,
Hidoestaanse pop, Latin en R&B."
En ze verwijzen hierbij naar FunX (mijn favoriete radiostation.) Al deze
muzieksoorten hebben één ding gemeen: ze zijn in de eerste
plaats ritmisch georiënteerd. Als westerse oren nog iets kunnen leren
dan is het op dit terrein. Want als je nu denkt "en house dan?" of "en
Rock & Roll dan?" dan zul je in de arabische muziek een vergaande verfijning
aantreffen. Als luistervoorbeeld denk ik aan "Naughty Girl" van Beyonce
(een dikke hit op FunX) niet alleen vanwege de Arabisch aandoende melodieornamenten,
maar vooral om het waanzinnige bassdrum concept. Heel spaarzaam en verfijnd
gebruik van een instrument dat gemaakt is om je auto bolvormig mee te blazen.
Tot slot:
"... het schone te leren kennen in het gelamenteer en het
kattengejank van valse tonen. Dat zijn de echte edelstenen, waarvan de
glans voorwesterlingen moeilijk te zien is."
Ik zou zeggen, de begin met de danspasjes en je zult zien dat de tonen
letterlijk op hun plek vallen. Het is geen kwestie van het toestaan van
een paar extra tonen. Het is het herkennen van zuiverheid, wiskundig perfect
als een kristal. Het woord "edelstenen" hadden de Easy Aloha's niet beter
kunnen kiezen.
Top
terug
home/index
van mijn site