keysentence: een betoog over het beoordelen van de functie van geluid bij het kijken naar film, naar aanleiding van soundscreen, een aflevering van de nps-serie Pitch.terug
Geluid lokt de blik
een korte beschouwing over filmmuziek naar aanleiding van de aflevering Soundscreen in de NPS-serie Pitch.

(Vier afzonderlijke films waarin jonge componisten en filmmakers de relatie tussen beeld en geluid verkennen.
Uitgezonden op zondag 16 december 2001, Nederland 3 23:35 ­ 00:38 uur.)

 Dave Krooshof, Den Haag 17 december 2001


index/home
 
Voor de mens zijn de ogen dominant over de oren, zoals de reuk voor een neushoorn dominant is over het zien. Hij meent wat te zien en gaat dan ruiken wat het is. Wij menen wat te horen en gaan dan kijken wat het is. Geluid is daarom een ondersteunend medium bij film. Als je dus gaat onderzoeken hoe beeld en geluid samenwerken, gaat het meestal om de toegevoegde informatie die het geluid bij het beeld geeft.
 
Ik heb naar Pitch gekeken met twee stellingen in gedachten:
Stelling 1: "Je moet alleen een extra medium inzetten als dat medium een extra manier biedt om naar je onderwerp te kijken, het liefst zelfs met aanvullende informatie die niet goed via de andere media over te brengen is."
Stelling 2: (De opleiding Theatertechniek op de Theaterschool in Amsterdam hanteert deze stelling om tot beoordeling te komen voor het geluidsvak "klankbeeld".) "Als het publiek ineens allemaal een andere kant op gaat kijken is je klankbeeld geslaagd."

Van de vier films vond ik er één geweldig. Voor ik schrijf waarom ga ik eerst de andere drie toetsen aan deze twee stellingen.

 
Film 1
"This Way to the Big Show" 
regie: Rick Stout 
compositie: Huba de Graaff 
Mooie beelden, mooie muziek. Maar ze hadden niets met elkaar te maken, behalve dan het vervreemdende effect van geluid dat is opgenomen in een gesloten ruimte (galm van een hal) in een totaal open landschap dat met lage planten begroeid is (geen reflecties van geluid). Dit effect had met ieder ander muziekstuk en ieder andere film van open landschappen bereikt kunnen worden. Gezakt op stelling 2, geslaagd voor stelling 1, want je gaat de beelden wel anders zien door de muziek.
 
Film 2
"RHombus"
regie: Ester Eva Damen 
compositie: Yannis Kyriakides
choreografie: Angela Köhnlein
Haar film zegt me niets, of ik erger me te hard. Ester Eva's "ding" is werken met in-en-uit-focusÍ een nieuw fenomeen van lenzen dat pas voor het eerst werd geconstateerd in 1512. De muziek klinkt me snobistisch in de oren. De dans heeft veel slappe bewegingen, waarvan ik vermoed dat ze typisch zijn voor het hedendaagse Duitse kunstcircuit waar een soort angst lijkt te heersen voor trots. Zou dat een erfenis uit de oorlog zijn? Waarom dansen die mensen zo? Ik zoek naar een antwoord in deze film.
Het idee van de muziek en de cameravoering zijn aan elkaar verwant: beide maken gebruik van rotatie, al zijn de snorrebotten (die je aan een touwtje boven je hoofd rondslingert) wel wat summier gebruikt. Maar noch de muziek noch de eeuwig roterende camera geeft enige clou over waarom die mensen dansen zoals ze dansen. De muziek geeft ook geen aanwijzingen over de keuze om de dansers vaak buiten focus te filmen en stuurt de blik niet naar detail in beeld. Bovendien krijg ik niet het gevoel dat de dansers bewogen op de muziek die ik hoor. Gezakt op beide stellingen.
 
Film 4
"Book of Mirrors"
regie en produktie: Joost Rekveld 
compositie: Rozalie Hirs
Daar gaan we weer: terug naar de jaren '50. Waar Varèse nog luchtigheid had, zelfs waar het gaat over oorlog (poème électronique), zo is deze muziek ˇ waarschijnlijk door het eeuwige gelul over dit soort composities ˇ een steen op de maag. Deze componisten geloven in een ander idee over hoe geheugen werkt dan muzikanten doorgaans doen. Heel in het kort: muzikanten maken normaal gebruik van "geheugenpaleizen" Terwijl je een route de je loopt door je persoonlijke bont ingerichte fantasiepaleis, geef je alles wat je wilt onthouden een plaats je paleis, dat daarvoor in zijn bontheid voldoende associatiemogelijkheden biedt. Door je later weer voor te stellen hoe je door het paleis loopt, kun je alles wat je wilde onthouden weer makkelijk op volgorde terugvinden, omdat je het voor je geestesoog kunt zien. De componisten zoals die van de muziek bij Book of Mirrors, echter, geloven in formules en berekeningen om te bepalen wanneer er welke noot moet komen en waar die moet zitten in het klankbeeld. Serialisten! De filmbeelden zijn gemaakt met spiegels die een soort moiré-effect geven (ook bekend van de kleureffecten in de fijne ruit in het colbert van de nieuwslezer). Ook serialistisch dus. De maker gelooft er kennelijk in dat een proces kan bepalen welke kleur elke pixel heeft en dat dat leidt tot het mooiste of meest relevante dat hij kan maken. I couldn't care less. Een wisselwerking tussen verschillende media zoals in bovenstaande stellingen is verwoord, is hier niet. De beide media zeggen niets over elkaars bronnen, het zijn losstaande, onafhankelijke processen. 
De leader van Pitch zelf die hier direct op volgt oogt ook heel wiskundig maar overtreft deze film in delicaatheid doordat timing, kleur en plaats met menselijk inzicht zijn toegepast.
 
Film 3
"Helen Barbara"
regie en productie: David Lammers 
compositie: David Dramm m.m.v. Robert Poss 
Geniaal.
Het concept is simpel. De filmer filmt zijn autistische doofstomme nichtje in haar kamer, met de videocamera vlak voor haar neus. Zij kijkt onafgebroken in de lens terwijl zij kennelijk van emotie naar emotie glijdt. Ze uit  zich in kleine gezichtsuitdrukkingen. De componist heeft muziek geschreven die getimed is op deze nuances in haar gezicht. Geen kleurcorrectie, nauwelijks editing.
 
Je hoort vaak dat autisme wordt beschreven als het onvermogen van de autist om zich te verplaatsen in onze denkwereld. Maar het omgekeerde is natuurlijk evengoed waar: ons onvermogen om in de belevingswereld van de autist te kijken. De muziek laat je beter kijken naar dit zusje: door de muziek ga je elke nuance van uitdrukking in het gezicht bekijken, en daardoor ook echt zien. Zonder deze muziek had je haar gekijk in de camera en haar wawawa-geluiden maar een halve minuut volgehouden voordat irritatie of gêne inzetten, maar nu blijf je eindeloos kijken naar iemand waarmee je in het dagelijkse leven geen contact zou kunnen leggen, zeker niet in die paar minuten die het filmpje duurt. Doordat de componist zo goed heeft gekeken naar dit meisje en alle nuances articuleert in zijn muziek, kun je nu toch het gevoel krijgen dat je toegang hebt tot de belevingswereld van dat meisje en haar een beetje hebt leren kennen. Voor beide stellingen geslaagd! 

 
Tot slot een suggestie voor verder onderzoek.
Dat in onze wereld de filmbeelden belangrijker zijn dan het geluid is niet alleen een biologische, maar ook een culturele aangelegenheid. Filmmakers investeren veel meer geld per minuut van afgewerkt product dan componisten. Dit komt niet in de laatste plaats doordat er veel meer mensen nodig zijn voor de uitvoering van een film (vergelijk de credits van een cd met die van een filmaftiteling). Het gekke is dat dit kennelijk tot gevolg heeft dat de muziek in sync moet lopen met de gebeurtenissen. De muzikanten moeten als ondergeschikten blijkbaar in de pas blijven lopen. Het kan anders, vandaar een nieuwe stelling:
Stelling 3: "Geluid gaat voor de blik uit."
Daarmee bedoel ik niet de enge viooltjes voordat de nietsvermoedende vrouw wordt vermoord, maar het fenomeen dat je wat hoort en daarna in het beeld gaat kijken wat de bron en de oorzaak is. En als het dan goed gedaan is, dan zegt de kijker wat hij zag zonder dat hij vermeldt wat zijn aandacht trok. Ik kijk uit naar de resultaten van vervolgonderzoek in films waarin van dit principe is uitgegaan.
 

Dave Krooshof studeerde sonologie en is werkzaam als geluidstechnicus aan de Theaterschool te Amsterdam. http://www.xs4all.nl/~krooshof
 
 

Top

terug
 
 
 
 
 
 
 
 
 

home/index van mijn site

top of this page
index of this site
inhoudsopgave
weblog
www.dendriet.nl
email dave